Staatssecretaris toont niet aan dat hij voldoet aan verdragsrechtelijke verplichting
24 mei 2012
Ingevolge artikel 19 in samenhang met artikel 50 van het Verdrag van Montreal zijn de lidstaten van de EU verplicht om van vliegmaatschappijen te eisen dat ze afdoende verzekerd zijn ter dekking van hun aansprakelijkheid voor de schade die voortvloeit uit vluchtvertragingen.
ReisRecht probeert sinds 2008 met behulp van een procedure in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur te achterhalen of de Staat der Nederlanden voldoet aan deze verplichting. Dit heeft allereerst geresulteerd in een besluit van de toenmalige Minister van Verkeer en Waterstaat, waarbij hij verklaarde: “Bij de Inspectie is de door u opgevraagde verzekeringspolis, aanverwante documenten en correspondentie niet aanwezig, noch – voor zover mij bekend – bij enig ander bestuursorgaan”. Gevraagd naar de wijze waarop de verdragsrechtelijke verplichting door de Minister wordt nageleefd antwoordde Staatssecretaris Atsma uiteindelijk dat toezicht op de naleving van de verzekeringsplicht plaats vindt met behulp van steekproeven via audits en platforminspecties en dat (citaat:) “dit gegeven op de verschillende inspectiemomenten wordt vastgelegd in een checklist.” Gevraagd naar die checklist deelde Atsma mee: “Door de European Aviation Safety Organization (EASO) is aangegeven dat het al dan niet voldoen aan de verzekeringsplicht geen verplicht inspectie-item betreft. Binnen de ILT zijn derhalve geen checklists aanwezig waarin de gevraagde informatie specifiek als apart inspectieonderdeel wordt vastgelegd”.
De Staatssecretaris heeft, in weerwil van eerdere verklaringen, dus geen checklist waarmee hij kan aantonen dat hij voldoet aan zijn verplichting, waarbij opmerkelijk is dat hij het voldoen aan zijn verplichting kennelijk afhankelijk stelt van een advies van de EASO dat als zodanig niets met zijn verplichting van doen heeft.
Conclusie: de Staatssecretaris kan niet aan de hand van concrete stukken aantonen dat hij aan zijn verdragsrechtelijke verplichting voldoet.
Dit heeft serieuze consequenties voor passagiersrechten. Zou de Staatssecretaris immers wél aan zijn verplichting voldoen, dan zouden vliegmaatschappijen beschikken over een afdoende verzekering, waardoor gedupeerde reizigers niet zo vaak bot zouden vangen.
ReisRecht heeft het Tweede Kamerlid Bouwmeester en de Europese Commissie op de hoogte gesteld. Wordt vervolgd.