ILT wederom door rechter gecorrigeerd


Rechtbank bevestigt: ILT geeft onjuiste uitleg aan de wet, waardoor reizigers ten onrechte worden benadeeld.

7 februari 2013

Op 8 mei 2012 schreven we dat de ILT ten onrechte van mening is dat sprake is van overmacht als een technisch defect pas tijdens de vlucht wordt ontdekt. Vandaag heeft de Haarlemse kantonrechter dit bevestigd. Lees het vonnis hier

De onderliggende strekking van dit vonnis reikt verder dan op het eerste oog lijkt. Het vonnis bevestigt namelijk dat de ILT de wet (in casu: Verordening 261/2004) ten onrechte in het voordeel van de overtreder uitlegt en de gedupeerde reiziger in de kou laat staan. Of anders gezegd: de ILT beschermt de dader en laat het slachtoffer aan zijn lot over. Let wel, de ILT fungeert namens de Staatssecretaris. Als Rijksoverheid derhalve. Zulk gedrag van een overheidsinstelling is in de Nederlandse rechtsorde ongehoord. Nu zou je kunnen stellen dat de ILT niet beter wist, maar dat is onjuist.

Reeds in een vonnis van de rechtbank van 26 januari 2012 was immers bepaald dat een technisch defect, dat tijdens de vlucht ontstaat en waarbij geen sprake is van een evenement van buitenaf (bijvoorbeeld een vogel die in de motor vliegt), geen overmacht oplevert. De ILT laat dus willens en wetens passagiers in de kou staan.

Men vraagt ons geregeld waarom de ILT dit doet. We kunnen daar slechts naar gissen. Feit is dat de ILT niet wil handhaven, omdat zij dat een taak van de kantonrechter vindt.  Niet willen handhaven is één ding, maar dat verklaart nog niet waarom de ILT, ten koste van de reiziger, zo aantoonbaar op de hand van de vliegmaatschappijen is.

Vorig jaar al werd door DEGAS, het officiële adviesorgaan van de regering, het voorstel gedaan om de bescherming van passagiersrechten niet langer in handen van de ILT te leggen. De Staatssecretaris antwoordde toen aan de Tweede Kamer dat (citaat:) “De ILT bij uitstek in staat is af te wegen of de veiligheid een beroep op buitengewone omstandigheden rechtvaardigt.” Klik hier voor het betreffende document.

De rechtbank Haarlem bevestigt nu expliciet dat de ILT, ten koste van de gedupeerde reiziger, juist niet in staat is om op juiste wijze af te wegen of de veiligheid een beroep op buitengewone omstandigheden rechtvaardigt.
De ILT hecht terecht veel waarde aan de vliegveiligheid. En dat is precies waar het wringt: de ILT moet tegelijkertijd toezicht houden op zowel de vliegveiligheid als de naleving van de passagiersrechten. Die onderscheidenlijke rollen vergen elk echter een geheel eigen houding jegens de ondertoezichtgestelden (lees: de airlines). Dat de ILT is opgedeeld in meerdere afdelingen maakt dat niet anders, al was het maar omdat een-en-dezelfde Minister als bestuursorgaan verantwoordelijk is en, zoals we sinds Eurling’s overstap naar de KLM allemaal weten, de contacten tussen de top van het ministerie en de vliegmaatschappijen zeer nauw zijn.

Het vonnis van de rechtbank Haarlem toont aan dat de ILT onvoldoende in staat is om zijn rollen te scheiden en dat de reiziger daarvan de dupe is.

Wij gaan door als u niet verder komt