<h1>Rechtbank: Stelplicht en bewijslast rust op de luchtvaartmaatschappij.</h1> <p>17 december 2013</p> <p>Vandaag is een, in vele opzichten, zeer belangwekkende <a href=”http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBDHA:2013:17837&keyword=261%2f2004″>uitspraak</a> van de rechtbank Den Haag gepubliceerd.</p> <p>Samenvattend:</p>
1. De Nederlandse rechter komt rechtsmacht toe in zaken die een overeenkomst betreffen gesloten tussen een consument en een partij die handelt in uitoefening van beroep of bedrijf wanneer de consument woonplaats heeft in Nederland, de andere partij commerciële activiteiten ontplooit in of richt op Nederland en de tussen partijen gesloten overeenkomst onder voornoemde activiteiten valt.
2. Het opgeven van vertrektijden “onder voorbehoud” betekent dat de vertrektijden (ruimschoots) voor het vertrek gewijzigd kunnen worden. Het betekent niet dat de vlucht met vertraging ten opzichte van de kort voor vertrek nog geldende geplande vertrektijd mag vertrekken.
3. Een beroep op buitengewone omstandigheden kan slechts slagen indien vast komt te staan, ten eerste dat extreme weersomstandigheden de (tijdige) uitvoering van de vlucht in kwestie hebben verhinderd en, ten tweede, de luchtvaartmaatschappij alle redelijke maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat deze extreme weersomstandigheden zouden leiden tot (langdurige) vertraging van de vlucht in kwestie. Stelplicht en bewijslast van één en ander rust op de luchtvaartmaatschappij.
4. De luchtvervoerder dient aan te tonen dat hij zelfs met inzet van alle beschikbare materiële, financiële en personeelsmiddelen kennelijk niet had kunnen vermijden − behoudens indien hij op het relevante tijdstip onaanvaardbare offers uit het oogpunt van de mogelijkheden van zijn onderneming had gebracht − dat de buitengewone omstandigheden waarmee hij werd geconfronteerd tot vertraging van de vlucht leidden.
5. De luchtvaartmaatschappij moet in het stadium van de planning van de vlucht redelijkerwijs rekening houden met het risico op vertraging die het gevolg kan zijn van buitengewone omstandigheden. De luchtvaartmaatschappij dient in een bepaalde reservetijd te voorzien om de vlucht zo mogelijk volledig te kunnen uitvoeren na afloop van de buitengewone omstandigheden.
6. Indien de airline nalaat om te stellen en zonodig te bewijzen dat de reservetijd voldoende is om vertraging als gevolg van buitengewone omstandigheden op te vangen, althans dat voor het uitvoeren van de vlucht onder de nieuwe, uit de extreme weersomstandigheden voortvloeiende voorwaarden, een dermate lange reservetijd werd verlangd dat de airline daardoor op het relevante tijdstip uit het oogpunt van de mogelijkheden van haar onderneming onaanvaardbare offers diende te brengen, betekent dit dat zij onvoldoende heeft gesteld dat zij alle redelijke maatregelen heeft genomen om (langdurige) vertraging te voorkomen. Het buitengewone omstandighedenverweer van de airline wordt dan verworpen. De airline moet de gevorderde compensatie betalen.
ReisRecht